Logo Universiteit Utrecht

Moedertaal in NT2

Tweedetaalverwerving: heeft de eerste taal daar invloed op?

Wanneer het gaat over tweedetaalverwerving bestaan er grofweg twee visies. Aan de ene kant zijn er onderzoekers die ervan uitgaan dat de eerste taal er niet toe doet en geen invloed heeft op het verwervingsproces van de tweede taal. Volgens die visie zouden alle leerlingen dezelfde problemen tegenkomen bij het leren van een taal, ongeacht hun taalachtergrond. Veel NT2-methoden zijn gebaseerd op dit idee. Daarin wordt vooral gefocust op zaken die voor alle taalleerders van het Nederlands moeilijk zijn, zoals het gebruik van het woordje ‘er’.

Aan de andere kant is er een visie waarbij uitgegaan wordt van een invloed van de eerste taal op de tweede taal: ‘transfer’ of ‘interferentie’. Volgens die visie passen tweedetaalleerders eigenschappen van hun eerste taal toe op de tweede taal. Dat kán handig zijn wanneer de twee talen overeenkomen, maar wanneer de talen van elkaar verschillen leidt het tot fouten. Leerlingen krijgen dan dus te maken met moedertaalspecifieke voordelen of problemen bij het leren van een tweede taal. Een spreker van het Turks kent in zijn taal bijvoorbeeld geen verschil tussen ‘hij’ of ‘zij’ en zal het daardoor moeilijk vinden dat verschil in het Nederlands wel te maken. Het Russisch heeft weer geen lidwoorden, waardoor een spreker van het Russisch eerst zal moeten leren wat lidwoorden eigenlijk zijn.

Een definitief antwoord op de vraag of de eerste taal wel of geen rol speelt bij het leren van de tweede taal is er nog niet. Het is aannemelijk dat de eerste taal in zekere mate een rol speelt bij het leren van de tweede taal, maar dat bepaalde verwervingsprocessen ook universeel verlopen. Sommige kenmerken van het Nederlands zullen dus voor alle leerders moeilijk zijn, zoals het gebruik van het woordje ‘er’, terwijl andere kenmerken alleen voor specifieke groepen leerders extra aandacht vragen. Binnen het project MoedINT2 zullen we verder niet ingaan op de vraag hoe groot de rol van interferentie is. We begrijpen van NT2-docenten dat interferentie een rol speelt in hun lesgroepen, en op hun praktische vraag zullen we met deze app ingaan (zie ook ‘Het nut van kennis over taalverschillen en -overeenkomsten’).

Meer lezen over transfer en interferentie? Kijk dan hier:

  • Craats, I. van de., N. Corver & R. van Hout. (1998). De wet van behoud van structuur: verwerving van de possessief in een tweede taal. Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 58(1), 137-147. Lees dit artikel hier.

Aan de hand van taaluitingen van volwassen Turkse en Marokkaanse leerders van het Nederlands laten Van de Craats en collega’s zien dat de eerste taal een rol speelt bij het verwerven van het Nederlands. Grammaticale eigenschappen van de eerste taal blijven lange tijd zichtbaar in de Nederlandse taaluitingen van de leerders. De Turkse leerders volgen dan ook een ander verwervingspatroon dan de Marokkaanse leerders.

  • Dulay, H.C. & M.K. Burt. (1974). Natural sequences in child second language acquisition. Language Learning, 24(1), 37-53. Lees dit artikel hier (pas op: het zit achter een betaalmuur).

In dit onderzoek richten Dulay en Burt zich op de overeenkomsten in de verwerving van Engels door kinderen met verschillende taalachtergronden. De onderzoekers vergelijken Engelse taaluitingen van kinderen met Spaans of Chinees als eerste taal. Daarbij kijken ze specifiek naar de volgorde waarin de kinderen bepaalde functiewoordjes verwerven. Het blijkt dat de kinderen, ondanks de grote verschillen in hun eerste taal, dezelfde volgorde volgen in hun verwervingsproces. Dulay en Burt zien dit als een aanwijzing dat tweede taalverweving universele mechanismen volgt en dat niet de eerste maar de tweede taal daarin leidend is.

  • Ammar, A., Lightbown, P. M., & Spada, N. (2010). Awareness of L1/L2 differences: Does it matter? Language Awareness, 19(2), 129–146. Lees dit artikel hier.

In dit artikel wordt een onderzoek beschreven naar de invloed van de moedertaal op het leren van een tweede taal, en of bewustzijn van de verschillen tussen de moedertaal en de tweede taal ervoor zorgt dat de tweede taal makkelijker geleerd wordt. De resultaten tonen aan dat de moedertaal een grote invloed heeft op het leren van een tweede taal, en voor specifieke fouten in de tweede taal kan zorgen. Als de leerders echter bewuste kennis hebben van de overeenkomsten en verschillen tussen de moedertaal en de tweede taal presteren ze beter. Uitleg over deze overeenkomsten en verschillen tussen de eerste en tweede taal kunnen er dus voor zorgen dat een leerling een tweede taal beter leert.