Logo Universiteit Utrecht

Moedertaal in NT2

Het nut van kennis over taalverschillen en -overeenkomsten

In de afgelopen jaren zijn er door masterstudenten Nederlands aan de Universiteit Utrecht diverse NT2-handleidingen gemaakt waarin werd uitgewerkt aan welke eigenschappen van het Nederlands NT2-docenten extra aandacht moeten besteden bij leerlingen met een specifieke eerste taal (zie ook ‘NT2-handleidingen’). Deze handleidingen zijn vervolgens getest door NT2-docenten. Uit hun feedback bleek dat docenten deze kennis zeer nuttig vonden voor hun lessen. Ze gaven aan behoefte te hebben aan deze kennis over taalverschillen, zodat ze de bron van taalfouten eerder kunnen herkennen, struikelblokken voor hun leerlingen beter begrijpen en hierop kunnen anticiperen. Wanneer docenten kunnen inspelen op kenmerken van de eerste taal van leerlingen zorgt dat bovendien voor een respectvolle relatie tussen docent, leerlingen en (eventueel) ouders.

U kunt hier meer lezen over het gebruik van de eerste taal in de NT2-les:

  • Craats, I. van de. (2004). Eigen taal in de NT2-les? Een genuanceerde aanpak. LES 131, 19-21.

In dit artikel, verschenen in het tijdschrift LES, overweegt Ineke van de Craats de voor- en nadelen van het gebruik van de eerste taal in de NT2-les. Aan de hand van een aantal voorbeelden uit haar eigen onderzoek laat ze zien dat NT2-docenten momenteel vaak niet (kunnen) inspelen op taalfouten die gerelateerd zijn aan de eerste taal. Ze geeft aan dat NT2-docenten met kennis van de eerste taal de lessen beter af kunnen stemmen op de moeilijkheden van cursisten.

  • Andringa, S., K. de Glopper & H. Hacquebord. (2011). Effect of explicit and implicit instruction on free written response task performance. Language Learning 61(3), 868-903. Lees dit artikel hier (pas op: het zit achter een betaalmuur).

In dit onderzoek wordt ingezoomd op het verschil tussen impliciet leren (waarbij de docent niet vertelt wát leerlingen moeten leren) en expliciet leren. Het onderzoek richt zich op leerlingen tussen de 12 en 18 jaar oud met verschillende taalachtergronden die het Nederlands leren als tweede taal. Door middel van verschillende experimenten wordt het effect van expliciete instructie vergeleken met het effect van impliciete instructie. Uit de resultaten blijkt dat expliciete instructie zinvol kan zijn, maar dat dat afhankelijk is van het soort constructie dat wordt aangeleerd en de overeenkomsten tussen de doeltaal en de eerste taal. Wanneer er een overeenkomst is in de constructie tussen de doeltaal en de eerste taal en wanneer het gaat om betekenisvolle constructies, profiteren de leerlingen van expliciete instructie.

  • Ammar, A., Lightbown, P. M., & Spada, N. (2010). Awareness of L1/L2 differences: Does it matter? Language Awareness, 19(2), 129–146. Lees dit artikel hier.

In dit artikel wordt een onderzoek beschreven naar de invloed van de moedertaal op het leren van een tweede taal, en of bewustzijn van de verschillen tussen de moedertaal en de tweede taal ervoor zorgt dat de tweede taal makkelijker geleerd wordt. De resultaten tonen aan dat de moedertaal een grote invloed heeft op het leren van een tweede taal, en voor specifieke fouten in de tweede taal kan zorgen. Als de leerders echter bewuste kennis hebben van de overeenkomsten en verschillen tussen de moedertaal en de tweede taal presteren ze beter. Uitleg over deze overeenkomsten en verschillen tussen de eerste en tweede taal kunnen er dus voor zorgen dat een leerling een tweede taal beter leert.